De begroeting aan het begin en einde van de Tai Chi les.

Het is gebruikelijk dat de leraar en de leerlingen elkaar aan het begin en het einde van de les begroeten. Het is een teken van respect, saamhorigheid en bescheidenheid. Het is ook gebruikelijk om het publiek te groeten bij een demonstratie en elkaar, als je met elkaar een oefening doet.

De Chinese Wushu Association heeft de groet gestandaardiseerd. Het gaat als volgt: Maak een vuist met je rechterhand, hou deze vuist tegen het midden van de linker palm, de vingers gestrekt en de duim gebogen. Duw kort de handen naar voren, naar diegene die gegroet wordt, de armen rond en de schouders ontspannen. De groet gebeurt op een natuurlijke manier met vertrouwen. De gebogen linker duim maakt duidelijk dat je niet arrogant bent en de gestrekte vingers dat je integer bent op moreel, ethisch en fysiek vlak. De vuist toont je wilskracht. De vuist wordt gestopt of verstopt door de palm, hetgeen betekent dat je moedig bent maar dat je geen geweld wilt gebruiken en dat je je aan de regels houdt. Bij de uitvoering van de groet is het aanbevolen om aan deze 'interne' betekenis te denken.

De gesproken groet bij het begin van de les
De leraar (Shifu) zegt : Tong xue Hao ('toeng-hswee hau')
De leerlingen antwoorden :  Shifu Hao ('sjr-foe hau')

De gesproken groet aan het einde van de les
De leraar (Shifu) zegt : Tong xue Zaijian ('toeng-hswee dzaai-djèn')
De leerlingen antwoorden : Shifu Zaijian  ('sjr-foe dzaai-djèn')